Sinds de richtlijn PGS 37-2 steeds vaker wordt besproken bij bedrijven met lithiumopslag, verschuift het gesprek langzaam van de vraag of organisaties er iets mee moeten naar de vraag hoe zij er in de praktijk invulling aan geven. De richtlijn beschrijft op hoofdlijnen hoe risico’s rondom lithium-ion energiedragers beheerst kunnen worden, maar laat tegelijkertijd ruimte voor interpretatie. Voor veel bedrijven betekent dat dat zij opnieuw moeten nadenken over hun veiligheidsstrategie. Vooral op het gebied van detectie en monitoring ontstaan daarbij vragen. Wanneer is een incident nog beheersbaar, en hoe vroeg moet je een afwijking kunnen signaleren om escalatie te voorkomen? In deze blog lees je ?
Bij traditionele brandrisico’s is detectie meestal gericht op het moment waarop brand daadwerkelijk ontstaat. Rookmelders, hittemelders en brandmeldinstallaties zijn ontworpen om verbranding waar te nemen zodra deze zich manifesteert. Bij lithium-ion batterijen ligt het risicomoment echter vaak eerder in het proces. Beschadiging, interne kortsluiting of instabiliteit in een batterijcel kan leiden tot een oplopende temperatuur zonder dat er direct rook of vlamvorming zichtbaar is. Dit proces kan zich relatief langzaam ontwikkelen en blijft in eerste instantie vaak onzichtbaar. Pas wanneer de temperatuur verder oploopt en het proces escaleert, ontstaan rook of open vuur.
"Juist dat verschil maakt lithiumopslag tot een apart veiligheidsvraagstuk", zegt brand en broeidetectie expert Harry Kooistra. "Wanneer detectie pas plaatsvindt op het moment dat rook zichtbaar wordt, bevindt een incident zich vaak al in een gevorderd stadium. In sommige situaties kan het dan lastig zijn om verdere escalatie nog te beperken."
Binnen de discussie rondom PGS 37-2 wordt daarom steeds vaker gekeken naar maatregelen die eerder in het proces inzicht kunnen geven in afwijkingen. Hoewel de richtlijn geen specifieke technologie voorschrijft, benadrukt zij wel het belang van tijdige signalering van risico’s en het beperken van de gevolgen van incidenten. Organisaties worden daarmee feitelijk uitgenodigd om na te denken over de vraag wat in hun situatie als “tijdig” beschouwd kan worden.
Dat hangt sterk samen met het type opslag en de staat van de batterijen. Nieuwe batterijen die in originele verpakking worden opgeslagen kennen doorgaans een ander risicoprofiel dan gebruikte batterijen of batterijen uit retourstromen. "Wanneer de interne staat van batterijen minder goed bekend is, neemt de kans op onverwachte temperatuurontwikkeling toe" zegt Harry. In dergelijke situaties verschuift de aandacht dan automatisch naar vormen van monitoring die temperatuurafwijkingen eerder zichtbaar kunnen maken.
Thermische camerabewaking is een voorbeeld van een technologie die in dat kader wordt toegepast. In plaats van te reageren op rook of vlamvorming meet een thermische camera continu temperatuurverschillen binnen een bepaalde ruimte of opslagzone. Wanneer op een specifieke plek een afwijkende warmteontwikkeling ontstaat, kan het systeem dat signaleren voordat er sprake is van zichtbare brandverschijnselen.
Dat betekent niet dat thermische detectie traditionele branddetectie vervangt. Brandmeldinstallaties, bouwkundige maatregelen en organisatorische procedures blijven een essentieel onderdeel van de veiligheidsstrategie. Thermische monitoring kan echter een aanvullende laag vormen die helpt om afwijkingen eerder zichtbaar te maken. In de praktijk wordt deze vorm van detectie bijvoorbeeld toegepast bij opslag van beschadigde batterijen, bij retourstromen in logistieke ketens of op locaties waar grote hoeveelheden batterijen tijdelijk worden gebufferd.
De aandacht voor temperatuurmonitoring moet daarom niet worden gezien als een directe verplichting vanuit PGS 37-2, maar eerder als een logische ontwikkeling in het denken over lithiumrisico’s. Naarmate organisaties meer inzicht krijgen in het gedrag van lithium-ion batterijen, groeit ook het besef dat vroegtijdige signalering een belangrijke rol kan spelen in het beheersen van incidenten.
Harry vult aan: "uiteindelijk draait de discussie rondom detectie niet zozeer om een specifieke techniek, maar om de vraag hoeveel tijd een organisatie wil hebben om in te grijpen wanneer zich een afwijking voordoet. Hoe eerder een temperatuurstijging zichtbaar wordt, hoe groter de kans dat maatregelen kunnen worden genomen voordat een situatie escaleert."
PGS 37-2 biedt geen kant-en-klare oplossingen, maar wel een kader dat organisaties stimuleert om hun risico’s opnieuw te beoordelen. De manier waarop detectie wordt ingericht, zal daarom altijd afhangen van de specifieke situatie, de aard van de opslag en de mate waarin bedrijven hun risico’s willen beheersen. In die afweging kan vroegtijdige temperatuurdetectie een waardevolle rol spelen als onderdeel van een bredere aanpak gericht op veiligheid en beheersbaarheid.
Heb je meer vragen over de PGS-37 Aarzel niet om contact met ons op te nemen. Ons team staat klaar om al jouw vragen te beantwoorden en samen met jou de ideale beveiligingsoplossing voor jouw tijdelijke project te vinden.
Volgens PGS 37-2 kunnen lithium-ion batterijen al in een vroeg stadium temperatuurafwijkingen ontwikkelen voordat rook of vuur zichtbaar wordt. Door temperatuurstijgingen vroeg te signaleren, krijgen organisaties meer tijd om in te grijpen en escalatie te voorkomen. Vroegtijdige temperatuurdetectie kan daarom een belangrijke rol spelen in het beheersen van risico’s rondom lithiumopslag.
Traditionele branddetectie, zoals rook- of hittemelders, reageert meestal pas wanneer verbranding al plaatsvindt. Binnen de risicobenadering van PGS 37-2 wordt juist gekeken naar mogelijkheden om afwijkingen eerder te signaleren. Thermische monitoring meet continu temperatuurverschillen en kan daardoor een oplopende warmteontwikkeling detecteren voordat er rook of vlamvorming ontstaat
Thermische camerabewaking kan vooral waardevol zijn bij opslag van beschadigde lithium-ion batterijen, retourstromen of batterijen waarvan de interne staat onbekend is. In deze situaties is het risico op onverwachte temperatuurontwikkeling groter. Door thermische monitoring toe te passen kunnen organisaties afwijkingen eerder signaleren, wat aansluit bij de risicobenadering die in PGS 37-2 wordt beschreven.
PGS 37-2 benadrukt het belang van tijdige signalering van risico’s. Wanneer een temperatuurstijging vroeg wordt gedetecteerd, kunnen bedrijven sneller maatregelen nemen, zoals het isoleren van een batterij, het aanpassen van opslag of het inzetten van aanvullende veiligheidsprocedures. Hoe eerder een afwijking zichtbaar wordt, hoe groter de kans dat een incident beheersbaar blijft.
Kooi ondersteunt organisaties bij het inzichtelijk maken en beheersen van brand- en broeirisco’s met oplossingen voor vroegtijdige broei- en branddetectie en continue monitoring. Met systemen zoals RED (Rising Early Detection) helpt Kooi temperatuurafwijkingen in een vroeg stadium te signaleren, als onderdeel van een bredere aanpak van brandveiligheid die is afgestemd op de specifieke situatie.
Kennis delen is een belangrijk hulpmiddel om onze klanten en medewerkers vooruit te helpen. Dit doen we via onze nieuwsberichten en blogs. Lees de artikelen hieronder.
Wij helpen je graag verder bij het vinden van een geschikte beveiligingsoplossing. Laat je gegevens achter en wij nemen binnen 1-2 werkdagen telefonisch contact met je op.