Lithium-ion batterijen spelen een steeds grotere rol in de energietransitie. Van energieopslagsystemen (EOS) tot laadpleinen en industriële toepassingen: de opslagcapaciteit groeit snel. Tegelijkertijd nemen ook de risico's toe. Om deze risico's beter te beheersen, is de richtlijn PGS 37-2 ontwikkeld. Voor organisaties die lithium-ion energieopslagsystemen gebruiken of beheren, heeft deze richtlijn gevolgen voor vergunningen, risicobeheersing en brandveiligheid. Vroege broeidetectie speelt daarbij een steeds belangrijkere rol.
PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. PGS 37-2 richt zich specifiek op de veilige opslag en het veilige gebruik van lithium-ion energieopslagsystemen. De richtlijn biedt handvatten voor: het beperken van brandrisico's; het voorkomen van thermal runaway; het veilig inrichten van energieopslagsystemen; het beschermen van medewerkers, omgeving en installaties. Hoewel PGS-richtlijnen niet altijd rechtstreeks wettelijk verplicht zijn, worden ze regelmatig gebruikt als uitgangspunt door veiligheidsregio's, gemeenten, verzekeraars en omgevingsdiensten bij vergunningverlening en toezicht.
Lithium-ion batterijen kunnen bij een defect of beschadiging oververhit raken. Wanneer één batterijcel in thermal runaway raakt, kan de temperatuur zich snel verspreiden naar omliggende cellen. Hierdoor ontstaat een brand die lastig te beheersen is. Juist daarom legt PGS 37-2 nadruk op: risicobeoordeling; monitoring; vroegtijdige signalering; passende veiligheidsmaatregelen. Het doel is om een incident zo vroeg mogelijk te herkennen voordat een situatie escaleert.
Steeds vaker vragen vergunningverleners om aan te tonen hoe brandrisico's worden beheerst. Daarbij wordt gekeken naar onder andere: de locatie van het energieopslagsysteem; de aanwezige veiligheidsvoorzieningen; de monitoring van temperatuurontwikkelingen; de maatregelen om een incident tijdig te signaleren. Een goed onderbouwd veiligheidsplan kan bijdragen aan een soepel vergunningstraject.
Het vroeg herkennen van temperatuurafwijkingen helpt om snel te reageren wanneer een installatie ongewoon gedrag vertoont. Met warmtebeeldcamera's kunnen temperatuurontwikkelingen continu worden gemonitord. Hierdoor kunnen afwijkingen worden gesignaleerd voordat zichtbare rook of open vuur ontstaat. Afhankelijk van de toepassing kan deze vorm van monitoring onderdeel zijn van een bredere strategie voor risicobeheersing en brandpreventie.
PGS 37-2 is onder meer relevant voor organisaties met:
Kooi ondersteunt organisaties met oplossingen voor vroegtijdige brand- en broeidetectie. Door temperatuurontwikkelingen continu te monitoren, kunnen afwijkingen sneller worden herkend en kan er tijdig worden gehandeld wanneer dat nodig is.
Meer weten over de mogelijkheden van broeidetectie of het toepassen van warmtebeeldcamera's? Onze specialisten denken graag mee over een passende oplossing voor jouw situatie.
Kennis delen is een belangrijk hulpmiddel om onze klanten en medewerkers vooruit te helpen. Dit doen we via onze nieuwsberichten en blogs. Lees ze hier.
Onze specialisten adviseren je graag. Laat je gegevens achter en we nemen binnen 1 werkdag telefonisch contact met je op.